small textbig text

Duitse wijnen

Duitse wijnen: Voor het belangrijkste deel witte wijnen, die voor hun kwaliteit zeer afhankelijk zijn van gunstig weer. De Duitse wijnproductie bedraagt 1/7 van die van Frankrijk. De wijngaarden liggen voornamelijk langs de Rijn met zijrivieren en in Rijnland-Palts. De Riesling is er het belangrijkste druivenras en levert nagenoeg alle kwaliteitswijnen. Duitse wijnen hebben wettelijk drie kwaliteitstrappen: Deutscher Tafelwein, Qualitätswein bestimmter Anbaugebiete (QbA) en Qualitätswein mit Prädikat (QmP), welke sinds 2007 Prädikatswein heet. De vijf predikaten voor de topwijnen zijn: Kabinett, Spätlese, Auslese, Beerenauslese en Trockenbeerenauslese.

VDP wijngaardclassificatie

Met ingang van de jaargang 2004 dragen wijnen van de bij VDP aangesloten bedrijven enkel nog dan de naam van een wijngaard - in het Duits: Einzellage - op het etiket wanneer die wijngaard in een regionale lijst van geklasseerde Lagen is opgenomen. Wijnen uit alle andere wijngaarden worden voortaan als zogeheten Guts- of Ortsweine op de markt gebracht. Hiermee is de overgangsfase, waarbij ongeklasseerde wijngaarden nog wel genoemd mochten worden, definitief afgesloten. De leden van VDP werken nu volgens een piramidemodel met 3 niveaus. De basis van de kwaliteitspiramide wordt gevormd door de Guts- en Ortsweine. Gutsweine dragen enkel de naam van het wijngoed, Ortsweine dragen de naam van het dorp waar ze vandaan komen. Het middelste niveau omvat wijnen die uit geklasseerde Lagen komen, die de wijn een individueel, onderscheidend karakter verlenen. Ze worden volgens strenge normen geproduceerd, smaken droog en komen zonder predikaten op de markt in een eigen fles. De topkategorie bestaat uit de Grosse Gewächse. De belangrijkste gebieden voor dit type wijnen zijn Pfalz en Rheingau (waar de benaming Erstes Gewächs gebruikt wordt), gevolgd door Franken, Rheinhessen, Baden en Nahe. Naar verwachting zal het aantal Grosse Gewächse de komende jaren verder toenemen. De afbakening van de beste Lagen gebeurde in 2002 in de gebieden Pfalz, Saale-Unstrut, Württemberg, Baden, Franken, Mittelrhein, Nahe, Rheingau en Rheinhessen. In 2003 volgden Mosel-Saar-Ruwer en Ahr. aansluitend zijn de lijsten met Lagen van de tweede kategorie opgesteld. De classificatie heeft grote gevolgen gehad. In de Rheingau mogen VDP-leden van de oorspronkelijke 123 Lagennamen er nu nog maar 79 gebruiken, terwijl bij sommige wijngoederen het aantal voor vermelding toegestane Einzellagen daalde van 15 naar 3! De classificatie laat overigens wel ruimte open voor eventuele uitbreiding. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door toetreding van nieuwe leden met bijzondere wijngaarden.

Sekt

Sekt: (It. vino secco = droge wijn) Naam voor mousserende Duitse wijnen van het champagnetype. Gewoonlijk iets fruitiger en zoeter dan de Franse champagne. Men onderscheidt drie kwaliteitsklassen: gewone Schaumwein, Sekt en Qualitätswein bA (dwz. bestimmter Anbaugebiete).

Tafelwein

(Tafelwein) Dit zijn de eenvoudigere wijnen die slechts enkele procenten uitmaakt van het totale volume.

Landwein

(Landwein) Streekwijn die bestaat uit de betere tafelwijnen. Slechts beperkt geproduceerd.

Qualitätswein bestimmter Anbaugebiete

(QbA) Middelste kwaliteit Duitse wijn, met toegevoegde suiker, evenwel onder officieel toezicht en strenge controle. Komt uit een van de dertien gebieden. Het gros van de Duitse wijnen valt onder deze categorie.

Qualitätswein bestimmter Ursprungslage

(QbU) Sinds 1996 bestaat deze categorie waarmee binnen bepaalde normen specifieke regionale wijnen worden erkend. De wijnen in deze categorie moeten voor 100% van de vermelde variëteit zijn gemaakt. Voor de andere kwaliteitswijnen is dat 85%.

Prädikatswein

(QmP) De term Qualiteitswein mit Prädikat die stamt uit 1971 is in 2007 veranderd in Prädikatswein. Druiven voor deze wijn moeten van nature voldoende suiker bevatten zodat de wijn niet hoeft te worden aangezoet De vijf predikaten voor de topwijnen zijn: Kabinett, Spätlese, Auslese, Beerenauslese en Trockenbeerenauslese.