small textbig text

De wijnstok

De (wilde) wijnstokfamilie

wijnstokfamilie: (Vitaceae, orde kardinaalsmutsen) Houtige klimplanten met tegenover de bladen staande hechtranken. Bladen verspreid, vaak handvormig ingesneden of samengesteld en met steunblaadjes. Het vruchtbeginsel is bovenstandig en vormt een tweehokkige bes. Het bekendst is de wijnstok Vitis vinifera de producent van druiven. Deze vitissoort stamt al uit de tijd zo rond 8000 v.Chr. en kwam voor in de Kaukasus (toen Transkaukasië) en het zuid-oosten van spanje. Door de gunstige ligging op een kruispunt van belangrijke wegen is de wijnbouw uiteindelijk vanuit de Kaukasus begonnen.

boswingerd

boswingerd: (Parthenocissus quinquefolia, wijnstokfamilie) Klimplant met vijftallige, handvormige bladeren, die in de herfst prachtig rood kleuren. De plant hecht zich vast d.m.v. hechtschijfjes, wat haar geschikt maakt als bedekker van grote muurvlakken. In Transkaukasië, Armenië en Georgië komt men nog een variant tegen van de wilde wijnstok die sappige kleine bessen draagt, de Vitis vinifera silvestris 'de wijndragende boswingerd'. Tijdens argeologische opgravingen heeft men pitten (zaden) gevonden die toebehoren aan de gecultiveerde Vitis vinifera sativa welke na onderzoek uit 5000 v.Chr. stammen. Uit gevonden grafgiften zoals in silver gevatte stukje wijntak bleek duidelijk het belang van wijn in deze tijd. De wilde wijnstok was een tweehuizige plant die op natuurlijke wijze bestoven moest worden (mannelijke en vrouwelijke bloem), waardoor er geen garantie was voor een goede oogst. Door het systematisch vermeerderen in de periode van 8000 en 5000 v.Chr. heeft men uiteindelijk een ras ontwikkeld dat zich zelf bestuift (hermaphrodiet). Je kunt als je goed naar de afbeelding van de pitten kijkt, het verschil waarnemen tussen de vorm van pitten (zaad) uit de oudheid en die van de huidige soorten.

Interessante link:

  • - Kweken vanuit zaad - (engelstalig)