small textbig text

wijnmengkruik / krater

Zowel de Grieken als de Romeinen dronken hun wijn zelden of nooit onversneden, dat wil zeggen onvermengd. Zij dronken hun wijn aangelengd met water; daarvoor gebruikten ze een groot mengvat dat een krater heette (klemtoon op de laatste lettergreep). De krater heeft een klokvormig, wijd bekken, een voet en twee oren. Ook gebruikt als wasbekken en als siervaas in tuinen en parken.

Om het mengsel hieruit te scheppen gebruikten ze een kan genaamd oinochoe waarmee ze de vloeistof in een feestelijke kelk, de kylix, of een alledaagse mok, de skyfos, konden gieten.

De vondst van de beroemde krater van Vix, aan de bovenloop van de Seine, is het meest tastbare bewijs voor de vroege liefde voor wijn van de Galliërs. Deze manshoge krater werd in de 6e eeuw v.C. in Griekenland gemaakt en als een grafgift Rhône-opwaarts vervoerd. Een Gallische prinses kon dan haar wijn in het hiernamaals hierin mengen.